KAPITAALVERMINDERINGEN NA 1 JANUARI 2018

KAPITAALVERMINDERINGEN NA 1 JANUARI 2018

Kapitaalverminderingen vanaf 1 januari 2018: de liquidatiereserve wint nog aan belang

Wanneer uw vennootschap dividenden uitkeert aan haar aandeelhouders-natuurlijke personen, is daarop in principe roerende voorheffing van toepassing. Het toepasselijk tarief bedraagt sinds 1/1/2017 standaard 30%. Maar in een aantal gevallen is het mogelijk dat dividenden kunnen worden uitgekeerd met toepassing van een gunstiger tarief. Dat is onder meer het geval indien u liquidatiereserves heeft aangelegd in uw vennootschap.

De wetgeving met betrekking tot de liquidatiereserve creëert voor een kleine vennootschap (art. 15, §§ 1-6 Wetboek Vennootschappen) de mogelijkheid om het te bestemmen resultaat niet uit te keren, maar te reserveren onder een specifieke subrekening van de belaste reserves. Bij de toekenning van een bedrag aan deze subrekening is de vennootschap een bijkomende belasting verschuldigd van 10% op het gereserveerde bedrag.

Bij de latere uitkering van de liquidatiereserve onder de vorm van een dividend zal de aandeelhouder kunnen genieten van een voordelig tarief van roerende voorheffing. Bij een uitkering meer dan 5 jaar na de aanleg van de liquidatiereserve, is nog maar een tarief van 5% van toepassing. De termijn van 5 jaar begint te lopen op de laatste dag van het boekjaar waarover de reserve wordt aangelegd.

Gebeurt de uitkering naar aanleiding van de vereffening van de vennootschap (liquidatiebonus), dan is er zelfs helemaal geen belasting verschuldigd, onder voorbehoud van de toepassing van de algemene antimisbruikbepaling.

De regeling laat toe om winsten, weliswaar met uitstel, tegen een lagere belastingdruk uit te keren naar de aandeelhouder, en heel wat vennootschappen maken van deze regeling gebruik. De nieuwe fiscale behandeling van kapitaalverminderingen sinds 1 januari 2018, maakt de liquidatiereserve zelfs nog aantrekkelijker. 

Sinds 1 januari 2018 worden kapitaalverminderingen vanuit fiscaal oogpunt onder omstandigheden immers gedeeltelijk beschouwd als een dividenduitkering en bijgevolg ook gedeeltelijk onderworpen aan roerende voorheffing.

Het gedeelte van de kapitaalvermindering dat als een dividenduitkering wordt beschouwd, is daarbij afhankelijk van de verhouding tussen het gestort kapitaal van de vennootschap enerzijds en (bepaalde) opgebouwde reserves anderzijds.

Eenvoudig gesteld komt het erop neer dat bij een kapitaalvermindering méér roerende voorheffing zal verschuldigd zijn indien de vennootschap méér reserves heeft opgebouwd. Maar niet alle reserves zullen de verhouding beïnvloeden: onder meer liquidatiereserves worden immers expliciet van de berekening uitgesloten.

Dit heeft tot gevolg dat de aanwezigheid van liquidatiereserves geen negatieve invloed zal hebben op de eventuele belastbaarheid van latere kapitaalverminderingen. De aanleg van liquidatiereserve biedt daarmee een bijkomend voordeel tegenover andere belaste reserves.

Let wel: de opportuniteit om liquidatiereserve aan te leggen, moet in een ruimer perspectief worden bekeken. Het valt aan te bevelen deze mogelijkheid met uw vaste raadgevers te bespreken.